Knutselen

Samenvatting

Een verslag van de lezing van PA0PAM over zijn knutsel experimenten op radiogebied.
 

Knutselen

Dit bleek uiteindelijk de titel van de lezing die Theo, PA0PAM, gaf aan de presentatie van zijn beleving van het experimenteel radio onderzoek.
Van allerlei zaken uit de rommeldoos had Theo een HF-ontvangstation gebouwd.
Hij was daarbij tegen vele kleine en grote problemen aangelopen.

Antenne:
Die moest zowel voor ontvangst als zenden geschikt zijn.
Hiervoor gebruikte hij een langdraad die over de top van het huis was gespannen. Ergens halverwege werd de antenne verbonden met een symetrische 600-ohm lijn - een zogenaamde kippenladder - en naar een doorvoer op door het dak geleid. Bij harde wind ging de kippenladder zoveel zwiepen dat hij regelmatig afbrak bij de doorvoeren. Zijn oplossing: twee roestvast stalen veren. De doorvoeren waren robust, maar onwaarschijnlijk simpel uitgevoerd.

Aanpassen:
Zo'n langdraad kent een groot impedantie verloop over het gehele bereik van 80 to 10 meter. Dus moet er een aanpassingseenheid komen. Dat moet direct aan de symetrische 600 ohm lijn gebeuren. Het bleek een onmogelijk opgave om dat met een paar spoelen en condensaoren over de gehele HF band te doen.
De oplossing, na literatuur onderzoek bleek de oplossing te zijn om drie aanpassings eenheden te maken. Elk voor een gedeelte van het totale bereik.
Theo vertelde over vele details van zijn constructies, waaronder het uitbranden van een rolspoel op de 10 meterband.
Als variabele spoel gebruikte hij het variometer principe, eenvoudig zelf te maken en zonder mechanisch telwerk in te stellen. Zo'n variometerspoel had een bereik van 2 to 20 microhenry.

Balans naar onbalans:
Symmetrische voedingslijnen zouden aardstromen moeten voorkomen, zegt de theorie. Theo weet wel anders. Op sommige frequenties kon je letterlijk je vingers aan de massa van de zender branden. Er moest dus een goede balans-onbalans trafo geplaatst worden tussen de aanpassings-eenheid en de 50 ohm coax naar de zender. Een ferrietkern met een drievoudige secundaire en een enkele primaire bleek de oplossing.
Het testen op symmetrie gebeurt met hf stroommeters in de balansleiding.
Zo'n stroommeter is snel gebouwd. Ferrietkern, een voedingsdraad er door, een paar secundaire windingen er om heen, Afsluiten met een 50 ohm weerstandje, gelijkricht diode en een voltmeter. Legio voorbeelden op het internet. Fout dus, zo ontdekte Theo nadat de zo'n knutseltje er uit brandde.
Oplossing: als je stroom wilt meten maak dan een stroommeter en geen voltmeter. Dus op de secundaire meteen een diodebrug en dan een dc-amperemeter.

De ontvanger:
Wat doe je met een norme stapel oude autoradio's. Zonde om weg te gooien.
Die radio's zijn zeer goed afgeschermd, dus ongevoeleig voor storingen van de omgeving. Theo gebruikte zo'n middengolf ontvanger als midden frequent versterker op 1600 kHz. Daarvoor monteerde hij een mixer-ic van het type NE612 en hij maakte, met 1 fetje, een oscillator van 5,1 tot 5,6 MHz. Daarmee kon hij zowel de 80 als de 40 meterband mee ontvangen. Het schijnt een natuurwet te zijn dat een oscillator de eerste keer niet wil oscilleren. Theo kreeg hem echter na wat aanpassingjes toch aan de praat.
Door de lange antenne wordt er voldoende signaal aan de mizer aangeboden, zodat HF-vesterking niet nodig, zelfs niet wenselijk was. Een geweldige verbetering van de ontvangst bleek het aanbrengen van een extra LC-kring tussen antenne-ingang en mixer-kring, preselectie.
Een extra oscillator op 1600 kHz met 1 fetje bleek ook de oplossing om SSB-ontvangst mogelijk te maken.

Conclusie:
De oude rommeldoos kan je nog erg veel plezier geven, echt experimenteel radio onderzoek dus.

(Pieter J.T.Bruinsma, PA0PHB) 
lll