Nieuwe dataopslagmethode

Samenvatting

Steeds meer geheugen op een steeds kleiner oppervlak, de opslagcapaciteit van mobiele apparaten wordt steeds beter. Bij het MESA+ instituut voor nanotechnologie van de Universiteit Twente is een nieuwe, zuiniger opslagtechniek ontwikkeld.
 

Nieuwe dataopslagmethode

Het geheugen van telefoons is de afgelopen jaren gegroeid, steeds meer opslagcapaciteit op een steeds kleiner oppervlak. Ook externe harde schijven en usb-sticks worden steeds kleiner met steeds meer opslagcapaciteit. Oneindige opslagcapaciteit voor toepassingen die wij gebruiken is volgens onderzoeker Johan Engelen van de Universiteit Twente bijna mogelijk. 'De dataopslagmogelijkheden moeten dan wel doorgroeien, en daarnaast moeten we nieuwe technieken ontwikkelen,' vertelt Engelen. Engelen onderzocht een van de nieuwe opslagtechnieken. Hij optimaliseerde deze opslagtechniek door een andere wijze van schrijven en uitlezen, waardoor deze tien keer minder energie verbruikt.

Flashgeheugen is op dit moment de gouden standaard voor de opslag van data. Telefoons en mobiele apparaten, zoals de usb-stick, maken hier gebruik van. Flashgeheugen werkt met draadjes die over elkaar heenlopen, een rooster. Op elke kruising ligt dan een bit. Hoe meer bits, hoe groter het geheugen, Engelen heeft tijdens zijn onderzoek gekeken naar een nieuwe techniek waarbij je niet werkt met een rooster, maar met een naald die de bits leest De naald wordt aangestuurd door een motor. Het principe van de nieuwe techniek - parallel probe-based data storage - is gelijk aan een platenspeler, daarbij beweegt ook een naald over een plaat die de structuur leest.

Engelen optimaliseerde de nieuwe opslagmethode, omdat deze relatief veel energie verbruikte. Er waren wel een aantal randvoorwaarden waar de techniek van Engelen aan moest voldoen. Naast energiezuiniger, mocht de snelheid en schokbestendigheid niet achteruit gaan. Door gebruik te maken van een andere motor, een zogenaamde comb drive, slaagde Engelen erin om de motor tien keer minder energie te laten verbruiken. Zo blijft er tijdens het bewegen meer vermogen over om de naaldjes aan te sturen.

(Pieter J.T.Bruinsma, PA0PHB) 

Referenties, informatie:

Univ Twente nieuwsbericht



lll