Zonnevlekkencyclus

Samenvatting

De zonnevlekkencyclus is toch wispelturiger zijn dan wij geneigd zijn aan te nemen
 

Zonnevlekkencyclus

(04 aug 2009)    Regelmatig kijk ik via Internet en DX-Summit naar de prestaties van de zon op het punt van de zonnevlekken.
Nu, vanmorgen 4 aug. ’09, bleek weer overduidelijk dat we in een dal zitten betreffende de voor ons radioamateurs, zo nodige zonnevlekken.
De solarflux is laag: 67 en het aantal sunspots is 0. De condities voor de banden tussen 10 en 20 m is “poor”en voor de 80 en 40 m band gelukkig iets positiever “fair”.

Het lijkt er op dat we wel heel lang in het dal verkeren. In dit verband las ik in de NRC bijlage van zaterdag j.l. iets interessants, dat op zich weer kwam uit de Astrophysical Letters van 1 augustus j.l. Er is namelijk geconstateerd dat er aan het einde van de 18e eeuw een heel lange zonnevlekkencyclus was.
Ilya Usoskin heeft met een aantal onderzoekers op grond van oude tekeningen vastgesteld dat die lange cyclus eigenlijk uit twee korte cycli bestaat.

Wij, radioamateurs, weten dat we meestal met een cyclus van gemiddeld 11 jaren hebben te maken. De zonnevlekmetingen en cycli is men pas gaan vastleggen vanaf 1755 omdat toen pas betrouwbaar gemeten kon worden over het aantal zonnevlekken.
Die eerste cyclus werd genummerd met 1. Nu blijkt dus dat cyclus 4, die 1785 begon, een duur had van 15,5 jaar. Men dacht zelfs dat hierbij een cyclus ontbrak. Vermeld dient te worden dat de metingen van het aantal zonnevlekken in die tijd nog helemaal niet zo perfect waren als vandaag de dag.
Door tekeningen die aan het einde van de 18e eeuw zijn gemaakt door Duitse en Ierse astronomen is te voorschijn gekomen dat er eigenlijk een verborgen cyclus was. De tekeningen zijn gemaakt tussen 1793 en 1796. Uit de eerste getekende vlekken kon men concluderen dat in 1793 een nieuwe zonnevlekkencyclus begon. De genoemde cyclus 4 bestaat dus uit twee kortere cycli van ruwweg 9 en 7 jaar. Daarmede kan men ook concluderen dat de huidige net begonnen cyclus nr 24 eigenlijk dus nr 25 is.

Maar er is nog een interessante conclusie voor de hand liggend en wel dat de cycli wellicht toch wat wispelturiger zijn dan wij geneigd zijn aan te nemen.
Voor ons, met enig pessimisme, dienen we misschien te denken aan een langer dal dan waar we aan dachten. Maar goed, we hebben nog de 40 en 80 m en dus hoeft de hobby niet op stal.

(Niek, PA3CXM) 

Referenties, informatie:

New Scientist Eeuwen oude schetsen onthullen zonnevlekken mysterie
ARRL The K7RA Solar Update
Zonnevlekken Verslag van een lezing door Arend Harteveld, PE1PVB,
Het diepe zonnevlekken minimum



Zonnevlekken
Zonnevlekken

lll