|
Na een stilte van een paar jaar verbeterden bekwamere
wetenschappers en ingenieurs, geleid door Dr.Harold Arnold van AT&T,
vacuumbuizen tot robuuste en krachtige versterkers, die een
ommekeer teweeg brachten in de radio-ontvangst.
In 1906 kondigde Lee DeForest de ontwikkeling aan van de eerste
drie-elements vacuumbuis detector in 'The Audion: A new Receiver
for Wireless Telegraphy' van de Scientific American Supplement.
De oorspronkelijke Audion was in staat tot geringe versterking
van ontvangen signalen, maar in dat stadium niet geschikt voor
meer gevorderde toepassingen, zoals radiozenders. Het onpraktische
ontwerp van de oorspronkelijke Audion was aanvankelijk van
weinig waarde voor de radio, en wegens de hoge kosten en zijn
korte leven werd hij weinig gebruikt. In de 1909 editie van
'Operator's Wireless Telegraph and Telephone Handbook' merkte
Victor H.Laughter op: 'Het valt te betwijfelen of het ooit in
wijder gebruik zal komen gezien de moeilijke constructie en zijn
korte leven.' Echter, de Audion had wel grote aantrekkingskracht
op jeugdige experimenteerders. Door zijn onzekere emmissie zoals
bij een neonbuis, gloeide hij vaak in prachtig blauw of violet
tijdens zijn gebruik, afhankelijk van de veranderende signaalsterktes.
En voorts wilde de gloedraad nogal eens verbranden.
Uiteindelijk was het vacuumbuis ontwerp voldoende verbeterd om
hem meer dan een nieuwigheidje te beschouwen. Begin 1912
ontdekten verschillende onderzoekers, dat goed geconstrueerd,
volgens de wetenschappelijke en technische principes,
vacuumbuizen konden worden gebruikt in electrische schakelingen, die
de ontvangers en versterkers duizendmaal krachtiger maakten, en
ook gebruikt konden worden om compacte en efficiente radiozenders
te maken, die voor het eerst radio-omroepsystemen mogelijk
maakten.
Dit artikel verscheen in het PI4WNO bulletin.
Vertaling en bewerking Ton Hoek, PA0PIM.
Referentie: Early Radio History
| |